Sensorische informatieverwerking
480
page-template,page-template-full_width,page-template-full_width-php,page,page-id-480,theme-bridge,bridge-core-2.9.1,woocommerce-no-js,qode-page-transition-enabled,ajax_fade,page_not_loaded,,qode_grid_1300,footer_responsive_adv,qode-content-sidebar-responsive,columns-3,qode-theme-ver-27.5,qode-theme-bridge,wpb-js-composer js-comp-ver-6.7.0,vc_responsive
 

Sensorische informatieverwerking

Sensorische informatieverwerking

Sensorische Informatieverwerking is het vermogen om informatie uit ons lichaam en de omgeving op te nemen door middel van onze zintuigen, deze informatie te verwerken in de hersenen en daarop te reageren. Deze reactie is het gedrag dat je kind laat zien.

Onze zintuigen

We hebben meer zintuigen dan de meeste mensen denken. Iedereen weet de meest belangrijke wel te noemen en komen dan meestal op 5 zintuigen.  Maar ook informatie uit het evenwichtsorgaan, het lichaam en de organen zijn belangrijk voor het goed functioneren van het kind. Voor een compleet beeld moet je dus ook daar naar kijken. Hieronder staan ze allemaal nog eens genoemd.

Zien (Visueel)
Horen (Auditief)
Ruiken (Olfactorisch)
Proeven/mond (Gustatoire)
Tast/voelen (Tactiel)
Lichaamsgevoel (Proprioceptief)
Evenwicht (Vestibulair)
Interne organen (Interocepsis)

Samenwerken

Alle zintuigen kunnen afzonderlijk van elkaar bestaan. Maar om tot goed (bewegings-)gedrag te komen en goed te kunnen anticiperen op onze omgeving, moeten ze goed samenwerken. Als ze dat niet doen, is er sprake van een sensorisch informatieverwerkingsprobleem. Het kind neemt zijn omgeving anders waar, omdat de zintuigen niet goed samenwerken of een andere betekenis aan de prikkel geven. Prikkels komen bijvoorbeeld veel heftiger of juist veel minder goed binnen. Dit maakt dat kinderen bijvoorbeeld overgevoelig kunnen zijn voor licht of geluid en zich daardoor niet kunnen concentreren. Of dat ze juist heel veel beweging nodig hebben of onhandig zijn. Veel aankunnen of snel in paniek raken. Een goede samenwerking van de zintuigen is een voorwaarde voor ontwikkelen, leren en bewegen.

Passende hulp

Je kind is nooit alleen maar over- of onderprikkeld. Dit kan per zintuig en situatie verschillen. Ook de adviezen, hulpmaterialen of eventuele therapie kunnen dus verschillen. Daarom is het belangrijk dit goed in kaart te brengen voordat je ergens mee van start gaat.  Zomaar een tangle, wiebelkussen of study buddy geven heeft dus ook geen zin. Eerst kijken wat het kind nodig heeft en dan passende begeleiding bieden. Als je vermoedt  dat je kind (mogelijk) een probleem heeft met het verwerken van sensorische informatie, meld hem dan nu aan via het contactformulier. Samen kunnen we een intake en onderzoek doen om de sensorische informatieverwerking in kaart te brengen. Als daar dingen uitkomen kunnen we al gelijk passende adviezen en begeleiding voor thuis en op school bieden.